BEEKBERGEN 18 maart 2018 - Tijdens de eerste warme lentezon komen de volwassen beekprikken tevoorschijn om te paaien. De beekprik is een zeldzame vissoort die tot voor kort ernstig werd bedreigd. Door het optimaliseren van de leefomgeving van het visje komt het steeds vaker voor in de Gelderse beken.

Vanwege het koude weer de afgelopen weken is de paaitijd dit jaar vrij laat, vertelt Gert Jan Blankena van viswerkgroep De Prik. Samen met BuitenGewoon-verslaggever Laurens Tijink gaat hij op zoek naar paaiende beekprikken in de Oude Beek in Beekbergen.

Een leven uit het zicht

De beekprik is een bijzondere vis. Het diertje leeft de eerste zes tot zeven jaar van zijn leven als larf, diep weggekropen in het zand. Een beekprik heeft dan nog geen ogen en kan dus ook niet zien. Pas aan het einde van hun leven ontwikkelen ze hun geslacht en krijgen ze ogen. Een beekprik lijkt nog het meest op een kleine paling, maar is juist familie van haaien en roggen. Met hun ronde bek en kleine tandjes verslepen de volwassen vissen van maximaal twintig centimeter lang, steentjes om zo een nestkuiltje te maken.

Paaien

De beekprik paait in het voorjaar, als de watertemperatuur zo'n 10 graden is. Alleen deze periode laat het visje zich zien. Tijdens het paaien zuigt het vrouwtje zich vast aan de rand van het nest. Het mannetje krult zijn lichaam strak om haar heen, waardoor de eitjes worden afgezet en bevrucht. Na de voortplanting sterven de vissen. De larven die worden geboren, laten zich afzakken met de stroming en verdwijnen soms kilometers verderop in het zand. Daarmee begint de cyclus opnieuw.

Schoon water

De beekprik staat symbool voor schoon water. Als het water vervuild is, kan de beekprik namelijk niet overleven. Verder heeft de vissoort snelstromend water nodig. Daardoor is de Veluwe geschikt als leefgebied, maar ook bij Nijmegen komt de beekprik voor. Waterschappen hebben de laatste jaren maatregelen genomen om de leefomgeving van de beekprik te verbeteren. Er zijn vistrappen aangelegd, waardoor de vissen weer terug kunnen zwemmen naar hun geboortegrond om te paaien. De maatregelen lijken effect te hebben, want inmiddels gaat het steeds beter met de beekprik.

De Prik

Sinds 1993 zet viswerkgroep De Prik zich in voor de bijzondere vissoorten in beken en sprengen. De veldwerkgroep gaat iedere maand met schepnetten op pad om te inventariseren hoe het met de dieren gaat. Behalve de beekprik zet de werkgroep zich ook in voor andere karakteristieke beekvissen zoals de elrits, het bermpje en de rivierdonderpad. De vissoorten zijn stuk voor stuk relatief onbekend, doordat ze leven in een wereld die voor ons verborgen blijft. De beekprikken in de Oude Beek laten zich de laatste dagen van hun leven zien. Hun nazaten kruipen, tot ze over een jaar of zes zelf ogen hebben, diep weg in de anonimiteit.

 

Bron: Omroep Gelderland.