5 januari 2016 - Boswachters in gebieden waar stelselmatig wordt gestroopt, dragen vanwege hun eigen veiligheid nog steeds een pistool bij zich. Volgens regiobeheerder Gert de Groot van Natuurmonumenten Deltakust gaat het om een zeer selecte groep professionele toezichthouders binnen de organisatie. Deze boswachters zijn getraind door instructeurs van de politie, aldus De Groot.

Op 30 december werd een 53-jarige man uit Burgh-Haamstede betrapt op vermeende stroperij. Omdat hij weigerde zijn geweer los te laten, trok één van de twee boswachters zijn pistool. Daarop gaf de man wel gehoor aan het bevel. Bij de verdachte thuis werden zeventien geweren, een dode havik en vier rietganzen gevonden.

Volgens regiobeheerder De Groot draagt 'een deel van onze professionele toezichthouders altijd een wapen bij zich'. Eind 2012 gingen binnen Natuurmonumenten stemmen op het dienstwapen in de ban te doen. De boswachters zouden te weinig kunnen oefenen, om in noodsituaties nog op een verantwoorde wijze met het pistool te kunnen omgaan.

Het voornemen was hen vanaf 2013 op pad te sturen met een wapenstok, handboeien en pepperspray. Maar dat beleid is uiteindelijk niet doorgegaan, zegt De Groot. Natuurmonumenten houdt een dienstwapen voor noodzakelijk in situaties waarbij boswachters worden geconfrontreerd met agressieve stropers en drugscriminelen die afval dumpen.

Dat binnen Natuurmonumenten onderscheid wordt gemaakt tussen bewapende en onbewapende boswachters, heeft te maken met de achtergrond van het werkgebied en de specifieke opleiding van de toezichthouder, aldus De Groot.

In Nederland neemt stroperij op onder andere herten, met de groei van die populatie, de laatste jaren fors toe.

 

Bron: AD