19 december 2012 - Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over meer stroperij door vermindering van toezicht.

1.   Bent u ervan op de hoogte dat EenVandaag in haar uitzending van 13 december 2012 berichtte dat het aantal meldingen van stroperij in Nederland opnieuw is toegenomen, omdat stropers vrij spel hebben door de sterke afname van het aantal toezichthouders in de natuur, de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s)? Zo ja, hoe beoordeelt u dit?

2.   Zijn de in het artikel genoemde cijfers, feiten en omstandigheden juist? Zo nee, op welk(e) punt(en) niet?

3.   Hoe verhoudt het verminderde toezicht en de verhoogde mate van stroperij zich tot het voornemen om 20% van de arbeidsplaatsen bij Staatsbosbeheer te schrappen?

4.   Deelt u de mening dat het toezicht in het buitengebied en in de natuur primair een overheidstaak is en niet moet worden overgelaten aan belanghebbenden en particuliere organisaties? Zo nee, waarom niet?

5.   Is het waar dat veel BOA’s in dienst zijn van jachtorganisaties en als zodanig afhankelijk zijn van een belanghebbende werkgever bij het uitoefenen van de toezichthoudende taken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, deelt u de mening dat dit een onwenselijke situatie is?

6.   Kunt u aangeven op welke wijze wordt toegezien op het feit dat de buitengewoon opsporingsambtenaar de opsporingsbelangen niet misbruikt ten faveure van de belangen van de werkgever, gelet op het feit dat in de jachtwet duidelijk omschreven stond dat de jachtopzichter als voornaamste taak had de belangen van zijn jachtheer te dienen? Wanneer en op welke wijze is wijziging gekomen in het in de jachtwet omschreven uitgangspunt en het onafhankelijk toezicht daarop?

7.   Deelt u de mening dat het ontbreken van sociale controle in natuurgebieden die ’s nachts niet voor het publiek toegankelijk zijn, een extra reden vormen voor adequaat overheidstoezicht zonder enig particulier belang? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze wilt u dit zeker stellen?

8.   Bent u bereid in het licht van de toename van stroperij en de vermindering van toezicht te zorgen dat de personele bezuinigingen bij Staatsbosbeheer geen doorgang zullen vinden of althans op geen enkele manier zullen leiden tot een vermindering van toezicht in het veld? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

9.   Deelt u de mening dat de aanwezigheid en zichtbaarheid van in het wild levende dieren naast een groot natuurbelang ook een groot economisch (toeristisch) belang vertegenwoordigen en ook om die reden intensief toezicht op de naleving van groene wetten rechtvaardigen? Zo nee, waarom niet?

10.  Deelt u de mening dat er meer onafhankelijk toezicht in de Nederlandse natuur noodzakelijk is in het kader van handhaving groene wetten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u dit realiseren?


Antwoorden


Geachte Voorzitter,

Hierbij zend ik u mijn antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over meer stroperij door vermindering van toezicht (ingezonden 20 december 2012).

Vraag 1
Bent u ervan op de hoogte dat in de uitzending[1] werd bericht dat het aantal meldingen van stroperij in Nederland opnieuw is toegenomen, omdat stropers vrij spel hebben door de sterke afname van het aantal toezichthouders in de natuur, de buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s)?[2] Zo ja, hoe beoordeelt u dit?

Antwoord
Ja. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie onderzoekt dit signaal.

Vraag 2
Kloppen de in het artikel genoemde cijfers, feiten en omstandigheden? Zo nee, op welk(e) punt(en)  niet?

Antwoord
Nee. Er zijn niet 400 maar ongeveer 800 (groene) BOA’s actief op het terrein van natuurwetgeving.

Vraag 3
Hoe verhoudt het verminderde toezicht en de verhoogde mate van stroperij zich tot het voornemen om 20% van de arbeidsplaatsen bij Staatsbosbeheer te schrappen?[3]

Antwoord
De BOA’s van Staatsbosbeheer zijn werknemers die regulier beheer van het natuurterrein als hoofdactiviteit hebben en handhaving als nevenactiviteit. Werknemers met een BOA-bevoegdheid strekken Staatsbosbeheer tot voordeel, omdat deze, meer dan andere werknemers, beschikken over meer bevoegdheden en gezag om op te treden in het terrein en daar de orde te handhaven. Ik ga er daarom van uit dat Staatsbosbeheer prudent met zijn BOA’s zal omgaan.
Zie verder het antwoord op vraag 1.

Vraag 4
Deelt u de mening dat het toezicht in het buitengebied en in de natuur primair een overheidstaak is en niet moet worden overgelaten aan belanghebbenden en particuliere organisaties? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Vanwege het voorhanden hebben van vuurwapens en het gebruik daarvan en daarmee gepaard gaande criminaliteit is stroperij met name een veiligheidsprobleem. De politie is verantwoordelijk voor de veiligheid in het buitengebied. De BOA’s hebben geen formele taken op het terrein van veiligheid. Zij hebben vooral een signalerende functie voor de politie.

Vraag 5
Is het waar dat veel BOA’s in dienst zijn van jachtorganisaties en als zodanig afhankelijk zijn van een belanghebbende werkgever bij het uitoefenen van de toezichthoudende taken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, deelt u de mening dat dit een onwenselijke situatie is?

Antwoord
Nee. De meeste groene BOA’s zijn in dienst van de terreinbeherende organisaties, provincies en gemeenten.

Vraag 6
Kunt u aangeven op welke wijze wordt toegezien op het feit dat de buitengewoon opsporingsambtenaar de opsporingsbelangen niet misbruikt ten faveure van de belangen van de werkgever, gelet op het feit dat in de jachtwet duidelijk omschreven stond dat de jachtopzichter als voornaamste taak had de belangen van zijn jachtheer te dienen, en wanneer en op welke wijze wijziging is gekomen in het in de jachtwet omschreven uitgangspunt en het onafhankelijk toezicht daarop?

Antwoord
In de Flora- en faunawet is geen bepaling opgenomen dat de jachtopzichter als voornaamste taak heeft de belangen van zijn jachtheer te dienen. Op de BOA’s wordt toezicht uitgeoefend door het functioneel parket dat daarbij wordt ondersteund door de politie en de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit.

Vraag 7
Deelt u de mening dat het ontbreken van sociale controle in natuurgebieden die ’s nachts niet voor het publiek toegankelijk zijn, een extra reden vormt voor adequaat overheidstoezicht zonder enig particulier belang? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze wilt u dit zeker stellen?

Antwoord
Zie mijn antwoord op de vragen 5 en 6.

Vraag 8
Bent u bereid, in het licht van de toename van stroperij en de vermindering van toezicht, te zorgen dat de personele bezuinigingen bij Staatsbosbeheer geen doorgang zullen vinden of althans op geen enkele manier zullen leiden tot een vermindering van toezicht in het veld? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

Antwoord
Zie mijn antwoord op vraag 3.

Vraag 9

Deelt u de mening dat de aanwezigheid en zichtbaarheid van in het wild levende dieren naast een groot natuurbelang ook een groot economisch (toeristisch) belang vertegenwoordigen en ook om die reden intensief toezicht op de naleving van groene wetten rechtvaardigen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Ik heb geen aanwijzingen dat er problemen zijn met de aanwezigheid en zichtbaarheid van de soorten waarop wordt gestroopt. Bedoelde soorten komen in zodanige aantallen voor dat daarop regulier kan worden gejaagd, dan wel dat jaarlijks afschot in het kader van beheer en schadebestrijding noodzakelijk is.

Vraag 10
Deelt u de mening dat er meer onafhankelijk toezicht in de Nederlandse natuur noodzakelijk is in het kader van handhaving groene wetten?  Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u dit realiseren?

Antwoord
Het toezicht in de Nederlandse natuur is onafhankelijk. zie mijn antwoord op vraag 6.

(w.g.)      Sharon A.M. Dijksma
Staatssecretaris van Economische Zaken